Interieur
1 Altaar
Het altaar staat symbool voor het graf van de apostelen, waarop vroeger de eerste christenen de eucharistie vierden (of althans het breken en delen van brood en wijn). Het tafelkleed is dan ook een soort lijkwade of grafdoek. Onder het altaar is een blok marmer als graftombe. In sommige kathedralen, zoals Utrecht, heb je een schrijn met een heilige erin. In de ‘gewone’ altaren is een relikwie van een heilige ingemetseld: een botje of stukje stof. Op de hoeken van het altaar is een kruisje ingemetseld. Een altaar is een zware tafel of verhoogde plaats in de kerk waarop tijdens de eucharistieviering brood en wijn worden geplaatst. In het delen van brood en wijn gedenken de gelovigen dat Christus door zijn dood

2 Tabernakel (brons, atelier J. van Roosmalen, jaren ’30)
In de Rooms-Katholieke Kerk is een tabernakel (ook wel Sacramentshuis genoemd) een rijk versierde brandwerende kluis op het hoogaltaar of zijaltaar, soms binnenin bekleed met zijde en van buiten omhangen met gordijnen in liturgische kleur, waarin het Heilig Sacrament (de geconsacreerde hosties) bewaard wordt in een ciborie. Het tabernakel moet binnenin wit zijn. Aan de brandende godslamp kan men zien dat het tabernakel bewoond is. Het tabernakel is binnen de Rooms-katholieke eredienst traditioneel gezien het centrum en neemt in de kerkbouw van de Katholieke Kerk de centrale positie in als de woonplaats van de waarachtig – onder de gedaante van brood - tegenwoordige Jezus Christus.

3 Triomfkruis (19e eeuws, hout, gepolychromeerd, Mengelberg, Utrecht, neogotisch)
In 1994 uit brokstukken volledig gerestaureerd met veel nieuwe delen door vrijwilligers van de parochie (m.n. Henk van Veen) Kruis met armen eindigend in vierpassen waarin de evangelistensymbolen: boven engel (Matteus), rechts rund (Lucas), links adelaar (Johannes), beneden leeuw (Marcus).

4 Ambo
Een ambo is een benaming voor een kleine stenen preekstoel in oud-christelijke basilieken. Vanaf de ambo worden de lezingen gelezen.

5 Doopvont (brons, gebr. van Roosmalen, Utrecht)

6 Maria-ikoon (ca, 1850, ikoon van het Hodegetria-type, aangeschaft door pastoor Alink).
De Hodegetria (Grieks: οδηγήτρια, Zij-die-de-weg-wijst) zou het oudste type icoon van de Moeder Gods of Maria zijn. Volgens een legende zou de evangelist Lucas aan een portret van de Maagd Maria begonnen zijn, maar door een mirakel werkte de icoon zichzelf af. Op dit type van icoon is haast geen lichamelijk contact tussen Moeder en Kind; zij kijken elkaar niet aan.

De Maagd Maria wijst naar haar Zoon: zij toont de mensen de weg naar Hem. Zij draagt een blauw onderkleed (zij is in de eerste plaats mens), maar een rode mantel (want God heeft haar bekleed met de hemelse liefde). Op haar schouders en hoofd heeft zij veelal drie gouden sterren: deze symboliseren haar maagdelijkheid vóór, tijdens en na de geboorte van Christus. Het 'kind' heeft niets kinderlijks: het is een kleine volwassene, geboren met een volwassen geest, die in de linkerhand een boekrol (de Heilige Schrift) vasthoudt, en met de rechterhand een zegenend gebaar maakt: dit is de Emmanuël (God-met-ons), de voorstelling van een baardeloze Christus, het symbool van de verlossing, van de tijdloze heilsbelofte van God.

9 Kruiswegstaties (geschilderd door Heinrich Uhrmeister, Oelde, 19e eeuws)



b Bonifatius
De heilige Bonifatius, ook wel Bonifacius. Geboortenaam: Wynfreth (Winfried)(geboren nabij Exeter in Zuidwest-Engeland, 672 of 675 – gestorven waarschijnlijk bij Dokkum, 5 juni 754 of misschien in 755). Hij was een van de belangrijkste missionarissen en kerkhervormers in het Frankische rijk, bisschop en martelaar. Hij wordt ook de Apostel van de Duitsers genoemd. Meer nog dan missionaris was hij de inrichter van de kerkelijke structuren in het gebied van het huidige Duitsland. Wat evenzeer cruciaal is geweest: de binding daarvan aan de Heilige Stoel. Als architect van het christelijke West-Europa, voor de grondvesting van de kerk van Rome en voor de groei naar culturele eenheid van West-Europa had Bonifatius een groot aandeel.

c Anna met boek (Anna moeder van Maria)
Anna en haar man Joachim waren (volgens de overlevering) gehuwd, welgesteld, maar kinderloos. Zij leefden helemaal volgens de Wet van God. Toch wordt het offer van Joachim in de tempel geweigerd, omdat hij geen kinderen heeft. Joachim vlucht met zijn kudde de woestijn in. Anna denkt dat hij dood is en doet haar beklag bij God en vraagt om een kind. Haar gebed wordt verhoord. Tegelijk krijgt Joachim van een engel te horen, dat zijn vrouw in verwachting is. Hij keert met zijn kudde terug en ontmoet zijn vrouw bij de Gouden Poort in Jeruzalem en geeft haar een kus. Anna geeft het leven aan een meisje: Maria. De ouders wijden het kind aan God en brengen Maria, als zij drie jaar oud is, naar de tempel. Daar wordt zij gevoed door engelen.

d Maria Magdalena
Magdalena betekent: van Magdala (een stadje aan het meer van Tiberias). Ze was een volgelinge van Jezus, Jezus bevrijdde haar van duivelse geesten. Ze was aanwezig bij zijn kruisiging en graflegging. Vaak wordt ze ten onrechte voorgesteld als zondige vrouw.

e Catharina van Siëna
De heilige Catharina van Siena (Siena, 25 maart 1347 - Rome, 29 april 1380) is een van de beroemdste mystici van de rooms-katholieke Kerk. Daarbij had zij ook nog een grote invloed op de politiek van het 14e eeuwse Europa. Catharina werd in 1461 door Pius II heiligverklaard. Haar lichaam ligt in een schrijn onder het hoogaltaar van de Santa Maria sopra Minerva in Rome. Haar hoofd wordt bewaard achter gouden tralies in een nis binnen de San Domenico in Siena. Ook het huis van haar jeugd in Siëna is tegenwoordig een kerk. Samen met de heilige Theresia van Avila werd zij in 1970 door paus Paulus VI als eerste vrouw verheven tot kerklerares.
In 1999 benoemde paus Johannes Paulus II haar met Birgitta van Zweden en Theresia-Benedicta van het Kruis (Edith Stein) tot patrones van Europa. Haar feest wordt gevierd op 29 april.

f Elisabeth
Vrouw van Zacharias, de moeder van Johannes de Doper en de tante van Maria. Elisabeth en haar man worden beschreven als rechtvaardige en vrome mensen.

g Joachim met duiven (Echtgenoot van Anna, vader van Maria)

h Johannes de evangelist
Wordt in de christelijke traditie als de schrijver van het Evangelie naar Johannes en als dezelfde persoon als de apostel Johannes gezien.

i Petrus
Petrus betekent rots, hij is één van de twaalf apostelen van Jezus. Hij geldt voor katholieken als de eerste paus. In kunst en iconografie is Petrus vrijwel altijd te herkennen aan een markante grijze baard en de sleutels van de hemel, die het Petrusambt symboliseren. Andere attributen zijn een omgekeerd kruis, vissersnet en een haan.

j Paulus
Paulus was een van de vroege leiders van de christelijke kerk, Hij speelde een centrale rol in de vroege ontwikkeling en verspreiding van het christendom in de landen rond de Middellandse Zee. In het bijzonder in wat nu Turkije en Griekenland is. Velen menen dat Paulus voor zijn bekering tot het christendom Saulus of Saul heette. Paulus was een 'zoon van een Farizeeër' en was goed opgeleid. Hij bezat vermoedelijk het Romeinse staatsburgerschap. Daarnaast was hij een actieve vervolger van de eerste eeuwse christenen, door hen te laten opsluiten en in sommige gevallen te laten doden. Een groot deel van de bijbelteksten uit het Nieuwe Testament wordt aan Paulus toegeschreven. Hij wordt in het algemeen Paulus de Apostel genoemd alhoewel hij niet tot de oorspronkelijke twaalf apostelen van Jezus behoorde.

k Aanbidding van Jezus door de wijzen, (neogotisch reliëf, kalksteen)

l Aanbidding van het kind door herders, (neogotisch reliëf, kalksteen)

m Heilig Hart beeld (geglazuurde terracotta, Leo Jungblut, Bilthoven, Keramisch Atelier St. Joris, Beesel)

n Maria met kind (geglazuurd terracotta, Keramisch Atelier St. Joris, Beesel)

o Melchisedek
Een persoon uit de Bijbel die leefde ten tijde van aartsvader Abraham. Hij wordt koning van Salem en priester van de Allerhoogste God genoemd. Zijn naam betekent: 'de koning is rechtvaardig'. Algemeen wordt aangenomen dat met 'Salem' het oude Jeruzalem wordt bedoeld.

p Melchisedek en Abraham, het offer van Melchisedek, (neogotisch reliëf,
kalksteen)

q Abraham
Een man die voorkomt in de Tenach van de joden, de Bijbel van de christenen en de Koran van de moslims. In deze boeken wordt hij gezien als de aartsvader van het volk Israël en Arabieren in letterlijke zin. Van christenen en moslims in overdrachtelijke zin. Vandaar dat jodendom, christendom en islam ook wel 'Abrahamitische religies' worden genoemd. Abraham was de stamvader van het Joodse volk, dus ook een voorvader van Jezus

Deel op Social Media!